Terug naar het overzicht

Ondertekening rijksmonument Kock van Leeuwensluis

De Ir. Kock van Leeuwensluis is gebouwd om de Gouwe te verbeteren en voor het afsluiten van het Goudse gedeelte van de Rijnlandse boezem. Sinds 2000 is het sluiscomplex een rijksmonument. De cultuur- en architectuurhistorische waarde van het sluiscomplex is een voorbeeld van industrieel erfgoed. Maar de sluis is als doorvoer voor boten ook belangrijk voor het watertoerisme en de waterrecreatie in Gouda.

Gouda neemt de bediening en het dagelijks onderhoud van de sluis over

De gemeente Gouda neemt de bediening en het dagelijks onderhoud van Ir. Kock van Leeuwensluis over van het Hoogheemraadschap Rijnland. Vorige week is daarvoor de handtekening gezet door hoogheemraad Marco Kastelein en wethouder Hilde Niezen. In augustus 2022 vindt de daadwerkelijke overdracht plaats.

“De ir. Kock van Leeuwensluis is belangrijk als doorvoer van het Gouwekanaal naar de Hollandse IJssel en de Reeuwijkse Plassen. Watertoeristen kunnen via de sluis naar de binnenstad van Gouda varen om daar onze bezienswaardigheden, terrassen en winkels te bezoeken. Omdat het Hoogheemraadschap Rijnland stopt met de bediening, neemt de gemeente Gouda de bediening en het dagelijks onderhoud van de sluis over. Het is mooi dat we deze monumentale sluis op deze manier voor de recreatievaart in bedrijf kunnen houden”, aldus wethouder Niezen. “En als eigenaar van de sluis zijn wij natuurlijk blij dat de gemeente de recreatievaart in bedrijf houdt, want ook wij dragen dat een warm hart toe”, vult hoogheemraad Kastelein aan.

Korte geschiedenis

De Ir. De Kock van Leeuwensluis is gebouwd in 1940-1942 door en naar ontwerp van ingenieurs van de Provinciale Waterstaat. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft de bouw van de sluis betaald. De aanleg van een aparte Goudse boezem maakte het bovendien mogelijk om water uit de Hollandsche IJssel via Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal tot een hoger waterpeil in Rijnlands boezem in te laten, zonder dat dit tot problemen in de stad zou leiden.

Foto: Marja Spiering