Artikel 38 vragen
Raadsleden hebben op grond van de gemeentewet art.155 en het reglement van orde van de gemeenteraad het recht om schriftelijke vragen te stellen aan het college van burgemeester en wethouders. In het reglement van orde is de procedure van vragen stellen en beantwoorden geregeld. Schriftelijke vragen kunnen gesteld worden om verduidelijking van feiten of om een waardeoordeel van het college over een bepaald onderwerp te krijgen. Schriftelijke vragen en de antwoorden hierop worden openbaar gemaakt en krijgen hierdoor een zeker politiek gewicht.
De vragen worden bij voorkeur in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering mondeling beantwoord. Als de voorkeur uitgaat naar schriftelijke beantwoording dient dit binnen 30 dagen te gebeuren. Als de termijn niet gehaald wordt krijgt de vragensteller een tussenbericht. Alle vragen en antwoorden zijn op het raadsinformatiesysteem te raadplegen, zie de rubriek Vragen en toezeggingen in de menubalk.