Beschikking en taxatie
Wat is een beschikking?
De door de gemeente vastgestelde waarde wordt formeel aan alle
belanghebbenden meegedeeld door de zogenaamde WOZ-beschikking
of waardebeschikking. Deze beschikking staat op het
gecombineerde aanslag-/beschikkingsbiljet gemeentelijke
belastingen. De beschikking geldt voor 2010.
Wie krijgt een beschikking?
Iedereen die belanghebbende is (bijvoorbeeld eigenaar van een woning of niet-woning of gebruiker van een niet-woning) van een WOZ-object krijgt een WOZ-beschikking.
Ik heb geen beschikking ontvangen. Wat nu?
Dit kan als u na 1 januari 2010 eigenaar van een woning of eigenaar of gebruiker van een niet-woning bent geworden. In dat geval krijgt u niet automatisch een WOZ-beschikking maar kunt u er bij de gemeente om vragen.
Wat gebeurt er als ik mijn woning verkoop?
Wanneer u eigenaar wordt van een nieuwe woning, kunt u voor uw nieuwe woning een WOZ-beschikking vragen. Hier moet u zelf om vragen. De gemeente stuurt bij verkoop van een woning niet automatisch een nieuwe WOZ-beschikking aan de nieuwe eigenaar.
Wat is een
taxatieverslag?
Eén van de doelstellingen van de Wet WOZ is duidelijkheid. De
gemeente moet een belanghebbende inzicht geven in de opbouw
van de taxatie. Daarom ontvangt u een taxataieverslag bij de
WOZ-beschikking. Het taxatieverslag van een onroerende zaak bevat,
naast de aanduiding van het object en de kadastrale gegevens,
enkele kenmerken die van belang zijn voor de
waardebepaling. Onder andere de aard van het object, het
bouwjaar en de grootte van het object. Verder geeft het
taxatieverslag inzicht in de aansluiting op de markt. Bij woningen
gebeurt dit door de verkoopprijzen en WOZ-waarden van drie
vergelijkbare woningen. Bij niet-woningen (bedrijven, kantoren,
kerken, scholen, etc) door het weergeven van de opbouw van de
taxatie (huurwaarde en kapitalisatiefactor of herbouwwaarde en
correctiefactoren). Voor het bekijken en printen van het
taxatieverslag van uw pand, klikt u op de link inloggen
particulieren of ondernemers.
Particulieren: WOZ gegevens bekijken
Ondernemers: WOZ gegevens bekijken
Wie krijgt een
taxatieverslag?
Iedereen die een WOZ-beschikking heeft gekregen heeft een
taxatieverslag ontvangen. Het taxatieverslag van uw pand
wordt niet aan derden wordt verstrekt. Wel kan iemand de
waarde van een ander object opvragen als hij kan aantonen
een gerechtvaardigd belang te hebben. Dit belang komt voort
uit de door hem te betalen belasting in verband met de onroerende
zaak.
Hoe krijg ik een taxatieverslag?
Wilt u meer informatie hebben over de waarde die voor uw pand is vastgesteld? Bekijk dan het on-line taxatieverslag van uw object(en) via uw computer. U kunt het verslag ook uitprinten. Klik op de link inloggen particulieren of ondernemers. Naast de taxatie-informatie heeft u ook de mogelijkheid detailkaarten en foto’s te bekijken van het object en de bijbehorende referentieobjecten.
Hoe kan ik op het taxatieverslag reageren?
Als u wilt reageren op het taxatieverslag, dan kunt u, nadat u bent ingelogd via de menuknop 'Aantekenen bezwaar' een bezwaarschrift indienen bij de gemeente. Het resultaat van uw bezwaarschrift zal schriftelijk aan u worden meegedeeld. Uiteraard kunt u ook schriftelijk uw bezwaarschrift indienen. Uw bezwaarschrift kunt u binnen zes weken na dagtekening van het aanslag-/beschikkingsbiljet gemeentelijke belastingen richten aan:
Gemeente Gouda
ta.v. hoofd Belastingen
Postbus 1086
2800 BB Gouda
Let op: door het indienen van een bezwaarschrift krijgt u automatisch uitstel van betaling van de onroerende zaakbelasting(en) van het pand waar u bezwaar tegen heeft gemaakt.
Let op: uitstel van betaling heeft wel gevolgen:
a) voor de hoogte van de termijnen van de automatische incasso;
b) over de periode tussen de op het aanslagbiljet vermelde laatste vervaldag en de dagtekening van de uitspraak op het bezwaarschrift wordt over het openstaande verschuldigde bedrag invorderingsrente in rekening gebracht.
Mocht u geen gebruik willen maken van de mogelijkheid van uitstel van betaling, dan moet u dit schriftelijk aangeven. Als u de volledige aanslag heeft betaald en uw bezwaarschrift wordt toegekend dan kan invorderingsrente worden vergoed over het teveel betaalde bedrag.
Motiveren
Bezwaar maken tegen de beschikking doet u bij de gemeente. Daarvoor is een aantal bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing (zie artikel 30 Wet WOZ). Dit betekent onder meer dat het bezwaarschrift gemotiveerd en ondertekend moet zijn.
Gemotiveerd wil zeggen dat u aangeeft waarom u bezwaar maakt. U moet uw bezwaarschrift dus onderbouwen. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken na dagtekening van het beschikkingsbiljet. Het bezwaarschrift moet dus uiterlijk binnen zes weken na dagtekening van de WOZ-beschikking zijn ingediend.
Let op! Er geldt binnen bepaalde grenzen wel een ‘wettelijk vermoeden’ omtrent de juistheid van de WOZ-waarde. Dat wil zeggen dat de waarde, binnen een bepaalde marge (zie hierna), geacht wordt juist te zijn. Als u bezwaar maakt tegen de WOZ-waarde, mag de waarde alleen door de gemeente worden verlaagd als uit onderzoek blijkt dat de waardeverlaging de wettelijke marge overschrijdt.
In het onderstaande schema is aangegeven hoe de wettelijke marge is vormgegeven.
WOZ-waarde van uw pand: waardeverlaging bedraagt minimaal:
| Lager dan € 200.000: | 5% van de WOZ-waarde |
| van € 200.000 tot € 500.000 | 4% van de WOZ-waarde, met een minimum van € 10.000 |
| van € 500.000 tot € 1.000.000 | 3% van de WOZ-waarde, met een minimum van € 20.000 |
| Vanaf € 1.000.000 | 2% van de WOZ-waarde, met een minimum van € 30.000 en een maximum van € 100.000 |
Het heeft alleen zin om een bezwaarschrift tegen de waarde in te dienen, als de waardeverlaging volgens u het in de rechterkolom genoemde percentage of bedrag overschrijdt.
Voorbeeld
Stel: de WOZ-waarde van uw woning is 210.000 euro. U bent van
mening dat de WOZ-waarde met 5.000 euro verlaagd zou moeten worden
naar 205.000 euro. De gemeente mag op grond van de wettelijke
bepalingen het bezwaarschrift niet honoreren, omdat de
waardeverlaging van 5.000 euro de marge niet overschrijdt. In het
voorbeeld is die marge namelijk €10.000 (4% van 210.000 euro =
8.400 euro , het minimum drempelbedrag is echter 10.000
euro.